‘Ik dacht dat ik alsnog dood zou gaan’

PORTRET 1 – DUINKERKE – JANUARI 2016

In een ijskoude wintermaand wandelde hij door de bergen naar Turkije, zijn vrijheid tegemoet. “Als kind wilde ik piloot worden, maar ik ben een Koerdische soenniet. In Iran kan je dan vergeten dat je ooit piloot wordt. We mogen wel studeren maar een belangrijke baan krijgen we niet.”

Ondanks de ontberingen in het kamp, straalt hij energie uit. Hij is een sterke en knappe jongen van begin 20 en is sinds november in Duinkerke. Hij verkoopt er koffie en beltegoed aan andere kampbewoners: “Ik koop het in voor 25 euro en verkoop het voor 30. Zo kan ik zelf weer beltegoed kopen! Handig toch?”

Leuk vindt hij het hier niet, maar de hele dag gedeprimeerd in de tent hangen en sigaretten roken (zoals een van zijn tentmaatjes) is niks voor hem. “Ik probeer me nuttig te maken en help bij het schoonmaken van het kamp en opzetten van tenten.” Onderwijl probeert hij meerdere nachten per week om naar het land van zijn dromen te komen. Voorlopig zonder succes, telkens weer plukt de politie hem uit een vrachtwagen en keert hij terug naar het kamp.

Portret 1 Duinkerke ©Vluchtelingen in Europa

In een koepeltentje dat hij deelt met twee neven en een vriend krijgen we thee en granaatappels. Waxinelichtjes en een mobiel gaskacheltje verwarmen ons, terwijl hij vertelt over de reden van zijn vlucht. “De Iraanse regering dwingt ons te leven volgens streng islmitische regels: we moeten vijf keer per dag bidden, mogen niet hand in hand over straat lopen met een geliefde en dat we Koerd zijn, wordt al helemaal niet erkend. We mogen onze kinderen geen Koerdische naam geven en mogen niet eens een vlag in huis ophangen.”

Tijdens zijn studie voor computeringenieur verspreidde hij pamfletten tegen de regering. “De politie ontdekte dit en pakte me op. Ik heb twee keer in de gevangenis gezeten. Vrienden en familie waarschuwden me toen dat de politie me weer zocht. Ik wist dat als ze me zouden vinden dat mijn dood zou worden.” Hij vluchtte halsoverkop. Vooral het eerst deel werd een barre tocht. “Ik werd samen met iemand anders de bergen ingestuurd door een smokkelaar. We zouden tien minuten moeten lopen en dan mannen te paard tegenkomen. We raakten de weg echter kwijt en dwaalden urenlang door die ijskoude winternacht. Ik dacht toen dat ik alsnog dood zou gaan, maar dan van de kou.”

Wil je meer weten over de omstandigheden in kamp Duinkerke? Lees dan:
‘Kamp Duinkerke een oorlogsgebied in Europa’

Lees ook:
Portret 2 – Duinkerke – Januari 2016: ‘Gehandicapt kind doet niemand wat’
Portret 3 – Duinkerke – Januari 2016: ‘Ik kan niet wegkijken’
Portret 4 – Duinkerke – Januari 2016: ‘12.000 dollar om hier te komen’
Portret 5 – Duinkerke – Januari 2016: ‘We wachten op David Cameron’