Geen onvertogen woord

PORTRET 24 – 13 NOVEMBER 2016 – METROSTATION STALINGRAD PARIJS

Hij woont sinds 14 maanden in Frankrijk, kwam vanuit Bangladesh met wat geld en bouwde daar een leven mee op in Parijs. Hij runt een winkeltje, Mama Afrika, tegenover metrostation Stalingrad waar hij allerlei producten verkoopt. Van bakbananen, rijst en gember tot frisdrank, whisky en sigaretten. Alles in losse verpakkingen en kleine porties. Hij mist de vele klanten voor zijn deur wel een beetje.

Sinds een week verblijven er geen vluchtelingen meer onder de overkapping van het metrostation. Op 4 november was er ‘weer eens’ een evacuatie van vluchtelingen die daar in tenten woonden. Sindsdien is het gebied omheind met hekken, zijn enkele uitgangen van het metrostation afgesloten en patrouilleren er non-stop agenten om te voorkomen dat er weer een kamp wordt opgebouwd.

portret-23-parijs-vluchtelingen-in-europa

De winkelier rekende veel van de vluchtelingen tot zijn klanten en hoopt dat ze nu een goede verblijfsplek hebben gekregen. “Mensen zouden niet op de straat moeten slapen. Zeker vorige winter toen er veel gezinnen met kinderen op straat verbleven was het echt vreselijk. Veel vluchtelingen uit Afrika en Afghanistan zijn heel erg arm. Sommigen kochten dingen bij ons, maar wij deden ook wat we konden. We gaven vaak water, eten en soms geld.”

Zijn Franse buurman van tabakszaak Stalingrad vindt dat we vooral naar de oorzaken moeten kijken. “Europa en Amerika maken overal in de wereld problemen, kijk naar Irak en Afghanistan. Daarom komen al die mensen naar Europa en zaten ze hier voor de deur. Natuurlijk is dat geen fijne situatie! Niet voor ons, maar vooral niet voor die mensen. Hij houdt zijn hart vast voor de miljoenen vluchtelingen die nu in Turkije zijn en maakt zich grote zorgen wat er met hen zal gebeuren als ze hier naartoe komen.”

De Frans-Tunesische winkelier van slagerij La Gazelle, grilt lekker door en verkoopt ook vandaag weer tientallen kippetjes van het spit. Zijn kip staat op nog geen 5 meter van waar het tentenkamp begon. Hij zag zijn omzet niet dalen in de tijd dat de honderden vluchtelingen voor zijn deur verbleven. Hij vond het vooral erg zielig om al die mensen te zien samenkomen en daar te zien slapen. “De Fransen steken hun geld vooral graag in hun zakken in plaats van het uit te geven aan het oplossen van dit probleem. Iedereen zou prima naast elkaar kunnen leven als het niet om geld te doen was.” Een Frans-Tunesische klant die om de hoek woont, valt hem bij en vindt de mensen een slachtoffer van het systeem: “De wereldwijde oorlog om olie is de schuld van dit probleem.”

De winkeliers die allemaal al jaren bovenop een tentenkamp een winkel runnen zijn uitzonderlijk mild. Er valt geen onvertogen woord over de overlast die dit gegeven moet hebben. Niet over de gevechten tussen vluchtelingen die vaak ‘s nachts plaatsvonden en zorgden voor de nodige vernielingen. Niet over de stank, smerigheid en de continue troep die het was. Ook de grote hoeveelheid ratten die overal rondrennen en de indringende pislucht die nog steeds overal hangt worden niet genoemd. De ondernemers van metrostation Stalingrad zijn eensgezind in hun aversie tegen macht: overheid en oorlogen, dat zijn de veroorzakers van dit menselijk leed. Die vluchtelingen zelf rekenen ze niks aan.

Lees ook:
Portret 6 – Parijs – April 2016: ‘Ik droom alleen over vrede’
Portret 7 – Parijs – April 2016: ‘Zeg je het als ik stink?’
Portret 8 – Parijs – April 2016: Op de vlucht voor slavernij

 

 

Advertenties